Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 15 augustus 2017

D66 Nieuw-West over uitwerking Bestuurlijk Stelsel

Het college van burgemeester en wethouders vraagt aan alle zeven bestuurscommissies in Amsterdam om een reactie te geven op de uitwerking van het Hoofdlijnenbesluit Bestuurlijk Stelsel 2018. De D66-fractie in Nieuw-West is van mening dat het onze verantwoordelijkheid is als volksvertegenwoordigend orgaan om onze taken zo goed mogelijk over te dragen aan de opvolgers die wij na de verkiezingen van 2018 krijgen. Daar hoort ook een inhoudelijk advies bij op de uitwerking van het nieuwe bestuurlijk stelsel, ongeacht of dit  de vorm heeft die wij hadden gewenst.

In de collegebrief aan de stadsdelen wordt gesproken over de volgende aandachtspunten: het werkend krijgen van het nieuwe stelsel, het draagvlak en de samenwerkingscultuur. Op basis van de voor inspraak vrijgegeven stukken (waarbij het vooral gaat om de collegebrief, de voordracht, het reglement en de verschillende verordeningen) signaleert de D66-fractie van Nieuw-West de volgende aandachtspunten:

  1. Naamgeving. D66 is verheugd dat voortaan wordt gesproken over ‘stadsdeelcommissie’, aangezien deze naam precies zegt wat de commissies vertegenwoordigen. De naam ‘adviescommissie’ suggereert namelijk slechts een bijrol aan de zijlijn, iets wat evengoed gevreesd wordt maar waar in de uitwerking juist aan gesleuteld kan (en moet) worden. Een sterkere, duidelijke naam is dan ook het begin van een sterkere positie voor de volksvertegenwoordigers van het stadsdeel.
  2. Zwaarwegende adviezen waarborgen. In de voordracht staat: “Adviezen van de stadsdeelcommissie zijn zwaarwegend en maken onderdeel uit van de besluitvorming.” D66 zou graag zien dat deze zwaarwegendheid specifieker wordt benoemd: hoe wordt dit geconcretiseerd? En wat wordt precies bedoeld met “adviezen (…) op basis van comply or explain”? Gelieve ook dit duidelijker te formuleren of anders gewoon weglaten. Is inmiddels meer duidelijk over de juridische mogelijkheden om adviezen van de stadsdeelcommissies ‘zwaarwegend’ te laten zijn? Zo ja, dan zou dit in de uitwerking moeten worden opgenomen.
  3. Terugkoppeling over adviezen. Het DB “motiveert zichtbaar hoe de adviezen zijn betrokken en geeft aan waarom deze worden opgevolgd of waarom daarvan wordt afgeweken”. Deze expliciete uitleg wat er met de adviezen van de stadsdeelcommissie wordt gedaan, is een belangrijk punt. Aanvullend zouden wij willen verzoeken om op te nemen dat ook het college altijd zichtbaar motiveert wat er met ‘zwaarwegende’ adviezen uit de stadsdelen wordt gedaan. Als het DB deze plicht heeft, dan zou dit ook moeten gelden voor het college. Alleen dan laat de gemeente Amsterdam merken dat de adviezen van stadsdeelcommissies werkelijk als zwaarwegend worden gezien.
  4. Wie gaat er over participatie? In de voordracht staat: “Het DB is eindverantwoordelijk voor de participatie en de lokale belangenafweging bij besluitvorming over het stadsdeel of de gebieden in het stadsdeel.” Even later staat er: “De stadsdeelcommissie is samen met het DB verantwoordelijk voor de participatie en de lokale belangenafweging.” De vraag is: waar ligt het onderscheid tussen verantwoordelijk en eindverantwoordelijk? En hoe wordt hierbij de rol van de stadsdeelcommissie helder afgebakend, zodat deze commissie ook echt een serieuze rol speelt bij de participatie in het stadsdeel?
  5. Speciale raadscommissie voor stadsdeelzaken. Belangrijk is ook dat de relatie tussen de stadsdeelcommissies en de gemeenteraad duidelijk(er) wordt geformaliseerd. Eén specifiek punt wil D66 er graag uitlichten: Het college geeft de gemeenteraad in overweging om één aparte raadscommissie in te stellen voor behandeling van onder meer alle gebiedsplannen en desgewenst bestemmingsplannen. “Deze commissie kan de gebiedsopgaven en lokale inbreng dichter bij de raad brengen”, aldus de voordracht. Ook de Rekenkamer beveelt een dergelijke vorm aan. De D66-fractie in Nieuw-West vindt het belangrijk dat deze raadscommissie er ook echt komt. De bespreking met wethouder Choho op 17 juli 2017 maakte duidelijk dat in deze raadscommissie ook stadsdeelcommissieleden zouden kunnen aanschuiven om samen met raadsleden te discussiëren over gebieds- en bestemmingsplannen. Volgens D66 is deze constructie van groot belang om de stadsdeelcommissies echt van zwaarwegende invloed te kunnen laten zijn. Wij pleiten er dan ook voor om in onze brief als Algemeen Bestuur het advies te geven aan de raad om een dergelijke aparte raadscommissie inderdaad in te stellen.
  6. Relatie tussen DB en college. Graag zouden wij zien dat de rolverdeling tussen het college van B&W en de benoemde Dagelijkse Besturen duidelijker wordt geformuleerd. Taken zullen voortaan worden gemandateerd, in plaats van het huidige delegeren, maar dat is vooral een technische kwestie. Nu wordt vooral verwezen naar een ‘samenwerkingsakkoord’, waarin afspraken zullen worden gemaakt tussen alle politieke gremia na de verkiezingen. Toch zou er ook voor de verkiezingen al meer duidelijkheid moeten zijn over de onderlinge rolverdeling en samenwerking. Kan in de uitwerking van het Hoofdlijnenbesluit geen concept-samenwerkingsovereenkomst worden opgenomen, waaraan de betrokken partijen na de verkiezingen een meer gedetailleerde invulling geven?
  7. Politieke vergoeding. Voor leden van de stadsdeelcommissies is de vergoeding gehalveerd ten opzichte van wat bestuurscommissieleden nu ontvangen. Als D66-fractie in Nieuw-West vinden wij dat deze verlaging geen recht doet aan de hoeveelheid werkt die ongeacht het bestuurlijk stelsel komt kijken bij het werk als volksvertegenwoordiger op stadsdeelniveau. Het bedrag lijkt nu primair bepaald op basis van het aantal vergaderingen van de stadsdeelcommissie (twee keer zo weinig als in het huidige stelsel), maar in de praktijk vinden veel werkzaamheden buiten deze vergaderingen plaats, zoals het spreken met bewoners en het bezoeken van bewonersbijeenkomsten en andere politiek-relevante activiteiten in het stadsdeel. Een hogere vergoeding dan wat nu wordt voorgesteld zou dan ook op zijn plaats zijn.
  8. Aantal commissieleden. In de voordracht staat een rekenmodel voor de toewijzing van één extra lid per gebied indien er minimaal 60.000 bewoners wonen (en twee extra leden indien er meer dan 70.000 bewoners wonen). Dit zou gelden voor enkele gebieden in West en Zuid. Kan het DB controleren of hier gewerkt is met de meeste recente bevolkingscijfers en of deze verdeling ook klopt voor stadsdeel Nieuw-West?
  9. Subsidies toekennen. In de voordracht staat over de vergaderingen van de stadsdeelcommissie: “Wanneer relevant wordt hier ook besloten over de toekenning van subsidies voor buurtinitiatieven.” In de eerste plaats vinden wij de formulering ‘wanneer relevant’ veel te vaag en vrijblijvend: hier is meer verduidelijking nodig, vooral om te weten om welke subsidies het hier precies gaat. D66 wil benadrukken dat stadsdeel Nieuw-West een systeem heeft met regiegroepen die subsidies toekennen aan bewoners- dan wel buurtinitiatieven. Dit systeem is waardevol, zeker ook met het oog op participatie van bewoners, dus blijft dit wat ons betreft in principe ook na de verkiezingen van kracht. Dit zou dan betekenen dat toekenning van subsidies voor buurtinitiatieven in principe niet in de vergadering van de stadsdeelcommissie hoeft te gebeuren.
  10. Taken in de wijken. Tot slot missen we in deze uitwerking een omschrijving van de taken van de stadsdeelcommissie in de wijk. Natuurlijk komt er nog een plan voor participatieve democratie (evenals een relevante toolbox), maar het lijkt ons nu al essentieel voor kandidaat-volksvertegenwoordigers om te weten wat er in hun eigen gebied precies van hen mag worden verwacht. Het zou vreemd zijn als dit grote puzzelstuk straks ontbreekt in de uitwerking van het nieuwe stelsel.

Wij rekenen er op dat de uitwerking van dit Hoofdlijnenbesluit Bestuurlijk Stelsel 2018 leidt tot een systeem dat recht doet aan de getrapte politieke situatie die Amsterdam al decennia kent en bewoners de kans biedt om lokaal aan de bel te trekken over lokale kwesties. Verder kijken wij uit naar het aparte plan om de participatieve democratie te versterken. Zeker in de stadsdelen wordt het betrekken van bewoners extra belangrijk nu daar een nieuw en nog goeddeels onbekend bestuurlijk stelsel van kracht gaat zijn.

Jeroen Mirck
D66-fractie Nieuw-West